Betoverend Bali


Julia Roberts vond in Eat, Pray, Love op Bali haar grote liefde. Ikzelf deed het iets anders en ging samen met mijn lief, die ik overigens gewoon in de kroeg ontmoet heb, op vakantie naar het betoverende Indonesische eiland. Velen gingen ons al voor en niet zonder reden. Bali is werkelijk prachtig.

Waar vele jonge toeristen kiezen voor het bruisende Kuta, besloten wij om het iets verderop te zoeken. Wij deden Sanur aan, een rustig en gastvrij dorpje, met fijne restaurantjes en kroegjes, zo’n 12 kilometer verderop. Qua accommodatie is er volop keuze. Wijzelf verbleven in het Bali Beach Hotel, het enige hotel op Bali dat hoger is dan de kruin van de palmbomen er omheen.

Het gehele eiland lijkt ingesteld te zijn op ‘de toerist’. Al bij aankomst bij het hotel werden we verwelkomt door een aantal mannen die voor het hotel hun traditionele klanken lieten klinken. Bij de receptie aangekomen lachte de gastvrouw haar tanden bloot en stond er een welkomstdrankje op ons te wachten. Na een lange vlucht, zo’n 18 uur in totaal, was dit een zeer aangename verrassing.

Offers

De Balinese bevolking noemt hun toeristen overigens ‘gasten’ en doet hun uiterste best om het iedereen naar de zin te maken. En die gastvrijheid en vriendelijkheid zorgt er inderdaad voor dat de vele toeristen zich er erg welkom voelen. Wie goed doet, goed ontmoet lijkt het credo. Deze levensles is grotendeels af te leiden van het Hindoeïstische geloof dat het overgrote deel van de Balinezen aanhangt. Bali is namelijk het enige Indonesische eiland waar de Islam nauwelijks is doorgedrongen. Zo’n 90 procent van de Balinezen is Hindoe. De Hindoeïstische cultuur komt onder andere tot uitdrukking door de vele tempels die je overal op het eiland tegenkomt, de offerbakjes en de rituele dansen. Bijna iedere familie is in het bezit van een eigen tempel, waar ze minimaal 1 keer per week moeten komen. Ook de offerbakjes kunnen je niet ontgaan. Deze van bananenblad gemaakte bakjes met daarin brandend wierook, stukjes brood, rijst en wat bloemen, vind je voor vrijwel elke ingang. Mocht je net als mijn vriend per ongeluk een keer op de een van de bakjes gaan staan, geen paniek, de goden zullen niet kwaad op je worden. 

Tanah Lot

Een van de tempels die je bijna niet over kunt slaan, is de Tanah Lot. Deze druk bezochte tempel ligt in zee, boven op een rots. Ook de bergachtige omgeving is prachtig. Tegen zonsondergang is het zeer de moeite waard om neer te strijken op een van de vele terrassen waar je een met een beetje geluk de zon in de zee kunt zien zakken. Dit klinkt echter romantischer dan het is, want de Tanah Lot is een van de meest drukbezochte attracties op Bali. Ook een minpuntje zijn de vele Balinezen die van dit cultuurschoon een melkkoe proberen te maken door tal van (dezelfde) winkeltjes en opdringerige verkopers.

Rijstvelden

Een ander natuurschoon waar Bali om bekend staat en wat zeker een bezoek waard is, zijn de sawa’s. Deze rijstvelden variëren van klein tot intens groot. Wij deden de rijstvelden van Penebel aan waar het uitzicht werkelijk adembenemend was. Kilometers lang zie je niets anders dan de indrukwekkende rijstvelden. Leuk detail is dat deze velden altijd onder water staan, totdat de rijst rijp is en geoogst kan worden. Over de velden mag men lopen, maar houd er wel rekening mee dat dit natte voeten op kan leveren. 

Vlindertuin

Vlakbij de rijstvelden te Penebel vind je het Butterfly Parc. Ondanks de naam vind je hier meer dan alleen (enorme) vlinders. Ook vogelspinnen, wandelende takken en torren zijn hier te bewonderen. Het park bevindt zich grotendeels in de (overdekte) buitenlucht, maar sla ook het gedeelte binnen niet over, waar de verzorgers zich ontfermen over pasgeboren vlindertjes en larven die nog uit moeten komen. Doordat vlinders vlak na de geboorte nog niet kunnen vliegen, heb je hier de mogelijkheid om de vlinders van erg dichtbij te fotograferen. Ikzelf sta niet alleen op de foto met diverse mooie vlinders, maar ook met een wandelende tak. Mijn bijdehante vriendje vond het namelijk grappig om te vragen of de verzorger hem boven op mijn hoofd wilde zetten. De klant is koning op Bali en zodoende voel ik die kleine pootjes zo nu en dan in mijn gedachten nog steeds kriebelen op mijn hoofd.

Aapjes kijken

Een andere toeristenattractie is het apenbos. In Bali zijn verschillende bossen te vinden waar de aapjes vrij rondlopen. Doordat de apen zo gewend zijn aan mensen, zijn ze bijzonder brutaal dus wees gewaarschuwd. Voor je het weet ben je jouw fototoestel kwijt en is de aap foto’s aan het maken. Er zijn nog geen gevallen bekend van rabiës in de parken, maar het is uiteraard wel aan te raden om goed op te passen. Bij een apenbeet is een bezoekje aan het ziekenhuis bijna onvermijdelijk.

Olifanten

Naast de apenbossen, heeft Bali ook een aantal olifantenparken te bieden. Wijzelf deden het olifantenpark in Bakas aan, een dorpje op zo’n half uur rijden van de hoofdstad Denpasar. Dit park is volgens de kenners minder toeristisch is dan het bekende olifantenpark te Taro. In Bakas kun je de olifanten van dichtbij bekijken, met ze op de foto, en de durfals kunnen zelfs op hun rug een ritje door de jungle maken. Dit laatste gebeurt uiteraard onder begeleiding van een verzorger.

Onder water

Duiken op Bali is minder spectaculair dan je zou verwachten. Dit komt doordat er in het verleden gevist is met dynamiet. Hierdoor is het koraal grotendeels verdwenen. Dit groeit weliswaar weer aan, maar het zal nog jaren duren voordat dit hersteld is. Dit neemt niet weg dat er niet gedoken wordt en er niets te zien is. Zo zijn er grote vissen te zien waaronder haaien, de indrukwekkende Mola Mola en de reuze Manta. Wij gingen naar Nusa Penida een hoopten daar de laatste twee vissen te zien. De Mola Mola hebben we helaas niet gezien, maar gelukkig deed de duikstek genaamd Manta Point zijn eer aan en  zagen we de enorme Manta roggen wel. Deze vis heeft een gemiddelde lengte van 4,5 meter en was zeker indrukwekkend te noemen. En toen we na het duiken weer veilig op de boot zaten, zagen we dolfijnen voorbij zwemmen. Een mooiere afsluiting van een duik valt bijna niet voor te stellen. En ga je nu echt voor de dolfijnen?  Er zijn speciale excursies die aan deze wensen kunnen voldoen. Lovina, gelegen in het noorden van Bali, staat er om bekend dat er regelmatig dolfijnen te zien zijn. Al vroeg in de ochtend varen de bootjes er op uit om deze geliefde zoogdieren te spotten.

Raften

In het bergland van Bali zijn enkele rivieren te vinden waar je goed kunt raften. De bekendste is de Ayung rivier, bij het kunstenaarsdorpje Ubud. Verder kun je nog raften op de Unda rivier en de Telega Waja rivier, wat wij hebben gedaan. Aangezien de stroming niet zo sterk was en de rivier ook niet zo wild, was het raften op zich weinig spectaculair. Wel was het uitzicht op de (vrijwel) ongerepte natuur schitterend. Soms was dit zelfs zo adembenemend dat ik bijna vergat te peddelen. De rit brengt je onder andere langs vele watervallen waar je soms niet anders kunt dan er doorheen varen. Een nat pak gegarandeerd dus. Gelukkig schijnt op Bali vrijwel altijd de zon.

Surfen

Kuta staat niet alleen bekend om de vele bars, maar ook om de mooie stranden en de goede golven. Niet zonder reden dus dat vele surfers, of wannabe surfers, naar dit aan zee gelegen stadje trekken. Aangezien ik zelf niet de illusie had dat ik in een aantal uurtjes het surfen onder de knie zou krijgen, hebben wij een bodyboard gehuurd. Ook hiermee is het genieten geblazen van de hoge golven. Doordat je regelmatig met je buik over het board schuurt is ook hierbij een shirtje wel aan te raden.

Conclusie

Al met al heeft het 5561 km² eiland dus voor zijn gasten voldoende te bieden om er een heerlijke vakantie te hebben. En nog 1 laatste tip: doordat Bali vlakbij de evenaar ligt, is het er het gehele jaar vroeg donker. Vroeg opstaan is dus aan te raden om al dat natuurschoon goed te kunnen bewonderen.

Geef een reactie

Contact Info

Tekstbureau schr[IJVER]

Email : linda@schr-ijver.nl