Confessions van een stewardess


“Als stewardess zit je altijd in een keurslijf. Je moet vriendelijk doen, glimlachen, er onberispelijk uitzien en je dienstbaar opstellen. Ook en vooral naar kinderen toe. Maar dat is niet altijd even makkelijk. Want niet alleen kinderen, maar ook hun ouders kunnen het bloed onder mijn nagels vandaan halen. Dan vraag ik vriendelijk of ze hun op schoot willen nemen, maar nee hoor: ‘Mijn kind wil het niet, dus dan gebeurt het ook niet.’ Of, ook leuk: ze vragen mij of ik kleine Jantje wil vertellen dat hij toch echt op zijn eigen stoel moet gaan zitten. Maar dit weiger ik pertinent. Zorg zelf maar dat je kind naar je luistert. Ouders worden vaak boos, omdat ze denken dat ik me bemoei met hun opvoeding. Maar dat is niet zo, het gaat om hun veiligheid. Laatst had ik een discussie met een moeder die haar kind tijdens de landing niet op schoot wilde nemen. Nadat ik voor de zoveelste keer vriendelijk de veiligheidsregels had uitgelegd, was ik er klaar mee. ‘Prima’, zei ik. ‘Maar ik schraap hem straks niet van de muur. ‘Het kind zat binnen no time op schoot. En ik kan je vertellen: op dat moment is mijn verplichte glimlach héél ver te zoeken.”