Nee, ik ben geen giraffe


“Ben jij misschien te lang om aanspraak te hebben?”, vraagt een bijdehand manneke me in één van de wonderschone kroegen van Gouda. “Dat weet ik niet. Zeg jij het maar.”, dien ik hem van repliek. Ik heb veel opmerkingen over mijn lengte gehoord, maar deze is nieuw voor me. “Ik denk het wel”, antwoordt het miniatuur mannetje terwijl hij zijn hoofd fronst. Dat hij er zelf uitziet alsof hij zojuist uit Madurodam is ontsnapt, lijkt hem niet te deren. Goed, ik ben dus te lang. Bedankt voor deze opbeurende mededeling.

Ondanks dat opmerkingen over mijn lengte tijdens het uitgaan bijna standaard zijn en het me in tegenstelling tot vroeger weinig meer boeit, kan ik het niet laten om te vragen of hij misschien te klein is om opgemerkt te worden door het aanwezige vrouwvolk. Nog voor ik uitgesproken ben, wordt het de gnoom blijkbaar te heet onder zijn voeten en maakt hij dat hij weg komt. Nou ja, dan niet. Mijn vriendin en ik dansen verder en even laten besluit het bijdehandje om zich weer bij ons te voegen. “Heb je al wat leuks gezien?”, vraagt hij. “Nee.”, antwoord ik kort maar krachtig. De dwerg maakt zich weer uit de voeten en blijft dankzij zijn geringe lengte enige tijd onzichtbaar.

Onze aandacht verschuift, want ook mijn vriendin is opgemerkt door een aanwezige man. In tegenstelling tot mijn praatgrage smurf, is dit exemplaar meer van het staren. En dat kan hij erg goed. Minutenlang achter elkaar staart hij naar mijn vriendin. Met zijn priemende oogjes volgt hij elke beweging. Al had hij dit gedaan tot zijn pensioensgerechtigde leeftijd, mijn vriendin trapt er mooi niet in.

Dan maar grover geschut inzetten, moet hij gedacht hebben. Als een tijger die zijn prooi besluipt komt hij naar ons toe en hij gaat midden tussen mijn vriendin en mij instaan. Met zijn rug naar mij toe probeert hij mijn vriendin te versieren. Dat het een tikkeltje onsympathiek richting mij overkomt, maakt hem blijkbaar niet uit. Het Madurodam mannetje maakt hier dankbaar gebruik van. “Zie je nu wel dat mannen niet in jou geïnteresseerd zijn.”

Na nog wat ‘opbeurende’ woorden komt hij met de gouden tip. “Weet je wat jij moet doen? Jij moet op zoek gaan naar mannen van je eigen lengte.” Goh, bedankt voor het advies. Doorgaans val ik op mannen die ik net als een handtas over mijn schouder kan gooien, maar misschien is dit dus de oplossing. Wat raar dat ik daar zelf nooit aan gedacht had.

Om verdere bemoeienis te voorkomen besluit ik hem in te lichten dat ik thuis een erg leuke vriend heb en dus niet op zoek ben naar een ander man persoon. En met zijn lengte van 1.95 meter is mijn 1.80 meter dus ook geen enkel probleem. Om niet sociaal gestoord over te komen vraag ik hem of hij al wat leuks gespot heeft deze avond. Trots laat hij me zijn trouwring zien en zo blijkt het gezegde ‘op elk potje past een dekseltje’ opeens écht waar te zijn. En die man die het op mijn vriendin had voorzien, moet toch nog even goed verder zoeken. In een andere kroeg welteverstaan…

Geef een reactie